Interview Erik Heijerman

Erik Heijerman

‘Ik kan me zelf moeilijk voorstellen dat je van hard rock of heavy metal rustig wordt en ook niet dat het helend werkt’.

Leusden – Wiskundige, filosoof en musicus Erik Heijerman vertelt over de rol van muziek in ieders leven tijdens het Zincafé van maandag 14 april. Wat dat inhoudt, wordt deze avond onderzocht aan de hand van inspirerende muzikale momenten, maar ook door samen een eenvoudig Bachkoraal in te studeren. In dit interview een muzikale voorproef met Erik Heijerman.

door Eric Jan Tuininga

Muziek wordt vaak geassocieerd met bezieling, maar is dat altijd waar?

Nee, dat is niet altijd waar. Je moet hier onderscheiden tussen componist, uitvoerder en luisteraar.

De componist kan bezield zijn bij het schrijven van zijn stuk, maar componeren is voor een deel ook ambachtelijkheid. Bach moest voor elke zondag een cantate schrijven, en dat zal niet altijd even bezield gebeurd zijn. Desondanks kon hij op grond van zijn vakmanschap stukken schrijven die de luisteraar bezielen, bijvoorbeeld omdat hij een aantal technieken uit de muzikale retorica toepaste.

Iets dergelijks geldt voor de uitvoerder. Ik herinner me een concert waaraan ik als koorzanger aan meewerkte, en waar ik zeer geraakt werd door de muziek. Op mijn vraag aan een van de violistes of zij zich ook zo geraakt wist, antwoordde ze: nee, ik was gewoon hard aan het werk. Inderdaad heeft een goede uitvoerder ook de technieken in huis om mensen te raken met zijn uitvoering, zonder dat hij of zij zelf zo geraakt hoeft te zijn.

Natuurlijk is het wel zo dat die uitvoerder moet weten wat het is om geraakt of bezield te worden; volkomen onbezield spelen lijkt me ook niet eenvoudig, dan ben je gewoon mechanisch iets aan het afdraaien. Wie voor muziek als levensbestemming gekozen heeft, zal dat waarschijnlijk toch vanwege dat bezield worden gedaan hebben. Carl Philipp Emanuel Bach zei ooit: ‘Indem ein Musikus nicht anders rühren kann, er sei dann selbst gerühret; so muss er notwendig sich selbst in alle Affekte setzen können welche er bei seinen Zuhöhern erregen will; er gibt ihnen seine Empfindungen zu verstehen und bewegt sie solchergestalt am besten zur Mitempfindung’. Daar is dus wel iets van aan; als je nooit geraakt bent door muziek lijkt het me buitengewoon moeilijk om anderen ermee te raken.

Tenslotte de luisteraar. Ook die hoeft niet altijd bezield te worden. Of je wel of niet geraakt wordt door muziek kun je niet afdwingen en hangt van vele factoren af: je stemming op dat moment, de omgeving waarin je je bevindt, je bekendheid met het stuk, de betekenis die het misschien vanuit het verleden voor je heeft, enz. Of je wel of niet ‘bezield’ wordt door muziek hangt wel af van de toewijding en de aandacht die je aan de muziek geeft. Niet alle muziek komt in één keer binnen, of is zo makkelijk dat je er geen moeite voor hoeft te doen. De muzikale ‘betekenis’ ontvouwt zich pas bij toegewijd luisteren, soms zelfs pas bij herhaalde beluistering, en is mede een gevolg van de combinatie van overgave en ontvankelijkheid.

Vooral in deze lijdenstijd wordt de religieuze beleving rondom muziek vaak genoemd, maar zijn er ook banale belevingen van muziek? Bijvoorbeeld gewoon herinneringen en associaties met ooit.

Natuurlijk zijn er ook banale belevingen van muziek. Er is een heel scala aan soorten muziekbeleving, van muziek die totaal langs je heen gaat tot muziek die de meest diepe religieuze of transcendente ervaringen teweeg brengt. Een en ander hangt onder andere af van de vraag of de muziek je in haar bankring trekt, of ze je naar zich toezuigt of niet. Bij Bach ontkom je daar bijna nooit aan, bij Satie lukt het maar zelden. En is het ook niet de bedoeling dat ze het doet.

Er zijn boeken vol geschreven – zoals Sacks – over de helende werking van muziek voor geesteszieken. Maar heeft muziek niet ook in het dagelijks leven een rustgevende, zelfs helende werking?

Een mooi voorbeeld is de school waar ik werk. De meeste leerlingen ‘hebben niets’ met klassieke muziek, maar ik ken een collega die wel eens Palestrina opzet als de leerlingen aan het werk zijn. Dat schijnt rustgevend te werken en een gunstige invloed op de concentratie en de resultaten te hebben.

Overigens hangt een antwoord op deze vraag natuurlijk erg af van het soort muziek dat je hoort. Ik kan me zelf moeilijk voorstellen dat je van hard rock of heavy metal rustig wordt en ook niet dat het helend werkt.

Christoph Rueger schreef een leuk boek met als titel De muzikale huisapotheek. Voor elke kwaal een muziekstuk! Hij gelooft dus wel in die helende werking van muziek, net als muziektherapeuten.

Je hoort over ‘Arbeidsvitaminen’, vroeger muziek programma, omdat muziek ook motiverend kan werken; klopt dat?

Bij mij in ieder geval wel. ’s Maandags kom ik na 8 of 9 uur lesgeven moe thuis, en heb dan ’s avonds nog koorrepetitie. Daar ga ik soms doodmoe in, en kom er springlevend en high uit. Hetzelfde gold voor de zangles die ik vroeger had. En pas kocht ik een cd met muziek voor het hof van Lodewijk XIII en XIV, uitgevoerd onder leiding van Jordi Savall. Dat is Frans-barokke dansmuziek, met trompetten, tamboerijnen, trommels en ander slagwerk. Als we die in de auto draaien worden we helemaal vrolijk, zo aanstekelijk is die muziek. Ik ben dan weer geheel gemotiveerd om verder te leven.

Iets dergelijks geldt voor bijvoorbeeld het kyrie en gloria uit de Hohe Messe van J.S. Bach. Dat is een zo diepe muziek, dat als je die hoort je bijna bereid bent om te sterven: diepere ervaring kun je in het leven nauwelijks hebben. Je hebt dan een ‘gelukt contact met een waarde die je transcendeert’ – één van de beste definities, van de Vlaamse filosoof Herman de Dijn, van zingeving die ik ken.

Ook het verbindende gevoel onderkent men in muziek; zie de voetbalstadions die samen zingen, maar ook samen muziek maken en koorzang stimuleert saamhorigheid. Zelfs wordt gedacht dat militaire marsen mensen motiveren. Wat is dit toch voor fascinerend aspect aan muziek?

Het is inderdaad moeilijk te benoemen. Het is iets ‘oers’ aan muziek, zeker als dat samen gedaan wordt of beleefd wordt: zwaaien met lichtjes in het stadion. Zelf krijg ik tranen in mijn ogen als het muziekcorps voorbij marcheert op Koningsdag, of bij het wisselen van de wacht bij Buckingham Palace. Het meest prachtig vind ik nog goede gemeente- of koorzang in de kerk. Af en toe mag ik de gemeente in de Domkerk in Utrecht begeleiden tijdens de dienst van schrift en tafel die daar elke zondagochtend plaats vindt. Heerlijk om op zo’n majesteitelijk orgel te mogen spelen, de grote Bachwerken bijvoorbeeld.

Maar het mooist vind ik het begeleiden van de gemeentezang, op een zodanige manier dat mensen zich gedragen weten tijden het zingen door mijn begeleiding. Er zijn maar relatief weinig organisten die dat echt goed kunnen. Ze spelen de moeilijkste werken, maar het simpel begeleiden van gemeentezang daar hebben ze lang niet altijd het goede gevoel voor.

Misschien ligt de verklaring van het feit dat muziek zo kan verbinden ergens ver weg in de evolutie van de mens. Maar dat is een lastig terrein, want de meningen over de vraag waarom muziek zich tijdens de evolutie zou hebben ontwikkeld, lopen uiteen. Er zijn er die geloven dat muziek bijdraagt aan de overlevingskansen van de mens, maar er zijn er ook die geloven dat muziek slechts een bijproduct van de evolutie is, en niet meer dan dat.

Door de ‘schlager-cultuur’ krijgt muziek allereerst een democratische effect, maar ook differentiërend tussen ‘hoge’ en ‘lage’ muziek smaken. Pop versus klassiek, speelt dat een rol in onze discussie?

Ik vind dat altijd een interessante discussie, hoewel ze heel moeilijk te beslechten is. Zelf weet ik helaas eigenlijk niets van popmuziek, en het is maar zeer zelden dat ze me raakt. Zit daar muziek tussen die het eeuwen gaat uit houden? Maar ik weet dat ik min of meer een uitzondering ben, en dat klassieke muziek het steeds moeilijker krijgt. Zou het daarmee net zo gaan als met de religie? In enkele generaties gaat er ontzettend veel verloren aan religieuze tradities en besef. Zou dat ook met klassieke muziek kunnen of gaan gebeuren? Wat is het goede argument om dat erg te vinden? Hoe verdedig je de intrinsieke waarde van klassieke muziek? Zelf geloof ik absoluut in het onderscheid tussen goede en banale muziek, maar het is niet eenvoudig aan te geven waarin het verschil bestaat, laat staan dat er ‘harde’ argumenten te geven zijn. Dit soort kwesties speelt natuurlijk op de achtergrond van de politieke discussies over subsidies aan orkesten etc.

Eén van de grote zegeningen van de huidige technologie is dat alles reproduceerbaar wordt: van LP naar CD naar Spotify. Nu is muziek bijna overal, Muzak-effect, maar is dat niet teveel emoties om ons heen?

Het punt lijkt me niet dat er teveel emoties om ons heen gekomen zijn door die overal aanwezige muziek. Het punt is eerder dat muziek een andere functie heeft in de supermarkt dan in de concertzaal, namelijk om de winkelende bezoeker een ‘lekker of tevreden gevoel’ te geven waardoor hij of zij geneigd is om meer te kopen dan eigenlijk noodzakelijk is.

Meestal erger ik me aan die muziek omdat ik niet van de soort muziek die ze draaien houd – ik heb dan het gevoel dat ik iets opgedrongen krijg wat ik niet wil – maar ik weet van mezelf dat ook ik er gevoelig voor ben. Zo voel ik me lekker als ik bijvoorbeeld in een goede boekhandel of restaurant ben waar ze klassieke muziek draaien, het werkt onmiskenbaar op me in.

Het ergste vind ik muziek die te hard staat, of het nou in restaurants, uit een voorbijkomende auto of in de trein is: het gebonk uit de oortelefoontjes in de stiltecoupé of op feestjes waar je niet meer met elkaar kunt praten omdat de muziek zo hard staat. Dat is gewoon asociaal.

Ooit werd ik uitgenodigd voor de slotavond van de Nederlandse Carrièredagen. Dat moest ik absoluut meemaken, want Tiësto zou optreden. Na enkele oorverdovende vooroptredens van onder andere de familie Dulfer kwam deze beroemde DJ in een van de grote hallen van de RAI ergens op een ver podium tevoorschijn om vervolgens een aantal plaatjes te draaien. Praten was onmogelijk, wel raakten mensen bijna al dansend in trance, maar mijn oren begonnen zo’n pijn te doen dat ik het pand heb verlaten. Eens maar nooit weer.

U kent vast de verhalen van’‘muziek die mijn leven heeft veranderd’, is dat realistisch of overdreven?

Dat kan best waar zijn. Ik weet niet meer precies wanneer in mijn studententijd het gebeurd is, maar op een bepaald moment leerde ik de gereciteerde Engelse psalmen, ‘chants’, kennen. Dat was onvergetelijk, en ik zou niet meer zonder ze kunnen leven.

Nog vroeger is de ervaring met mijn vader mee te mogen naar de orgelzolder, om vanachter het gordijntje de kerk in te kijken en te luisteren naar het spel van mijn vader. Het heeft niet lang geduurd voor ik zelf op die orgelbank zat.

Is onze muziek interesse eigenlijk vooral Westers ofwel zijn er eigenlijk culturen die zonder muziek prima functioneren?

Dat zou u aan een cultureel antropoloog moeten vragen, maar het zou mij niet verwonderen als er geen culturen zijn waar ze zonder muziek leven.

In die prachtige koorfilm ‘As it is in heaven’ wordt gezegd: ”iedereen kan zingen” en dat blijkt uit een scene waarin zij elkaars toon gaan zoeken. Kan je van iedereen zeggen dat hij of zij altijd wel een stukje muzikaliteit c.q. gevoel voor muziek heeft?

De scène uit die film is natuurlijk wel veelzeggend, en Henk Jan Honing, hoogleraar muziekcognitie in Amsterdam, schreef een leuk boekje onder de titel ‘Iedereen is muzikaal’. Zo kan iedereen wel meeklappen op de maat van de muziek, of een liedje herkennen. Maar dat zijn natuurlijk heel elementaire dingen, die we misschien mee hebben gekregen uit de evolutie. Als het iets meer ‘muziek’ wordt, dan zie je de talenten snel uiteenlopen. Kunnen horen of een interval zuiver gespeeld of gezongen wordt, vereist veel luistertraining. En die speciale antenne, die maakt dat iemand echt met veel expressie en echt muzikaal speelt, zingt of dirigeert, en bijvoorbeeld spannende timingen weet te realiseren, is maar voor enkelen weggelegd.